Waarom je mening opdringen niet oké is

Ik eet vlees. En dat vind ik best oké. Natuurlijk weet ik dat ik het af en toe moet laten staan omdat het slecht is voor het milieu en dat doe ik dan ook. Ik maak een pasta zonder vlees of ik sla het gewoon een keertje over. Kan best. Toch heb ik af en toe zin in een stukje vlees. Ben ik daarom een meedogenloze moordenaar die niets geeft om het welzijn van dieren en de mensheid? Nee. Ik vind dieren juist hartstikke leuk.

 Bij vegetariërs en veganisten en bij ieder ander heb ik hetzelfde als met het geloof. Helemaal prima dat je je daarmee bezighoudt, maar val mij er alsjeblieft niet mee lastig. Dat klinkt misschien lomp en gemeen, maar ik word zo langzamerhand een beetje zat van bemoeienis. Hoe goedbedoeld het ook is. Ik probeer mijn beste leven te leiden en dat doe ik op mijn manier. Zowel op het gebied van eten als op het gebied van relaties en zwangerschappen. Want geloof het of niet: ook hierover krijg ik regelmatig advies. Ik ben net 25 en nog aan het studeren. Toch zijn er vriendinnen die al regelmatig grappen maken over het feit dat ik kinderen zou moeten krijgen en zo krijg ik regelmatig de vraag wanneer ik ga trouwen. Nog niet, beste mensen.

Waarom ben ik een schurk? Waarom eet ik nog steeds vlees? Om een paar simpele redenen. Ik studeer nog en ik heb geen zin om met mijn geld te smijten. Vleesvervangers zijn duur en ik heb eerlijk gezegd geen tijd en zin om te zitten prutsen met gerechten waar linzen en bonen in moeten. Die tijd steek ik liever in andere dingen: ik ben voor mijn studie onder andere bezig met mijn scriptie.  Daarnaast werk ik twintig uur per week en voetbal ik drie keer. Dat is best druk. Ik ben dagelijks al genoeg bezig met van alles en nog wat. Waar ik geen zin in heb is om ook nog ontzettend veel tijd te steken in wat ik zoal op een dag ga eten. Het zou inderdaad beter zijn om een vegetarische vleesvervanger te eten dan een burger. Maar die dingen zijn ontzettend droog en omdat ik een aantal jaar geleden bestraald ben, maakt mijn mond geen speeksel aan en kan ik dat voedsel gewoon niet weg krijgen. Of er moeten drie glazen water bij geserveerd worden, maar dan kan ik net zo goed in een spons gaan happen. Voor die tijd was ik fanatiek vegetariër. Ik was de enige bij ons thuis en mijn moeder maakte altijd apart iets voor mij klaar. Dat at ik dan op zonder anderen daarmee lastig te vallen. Andersom was dit ook het geval. Niemand zwaaide met een lapje vlees voor mijn neus. Ik zit nu dan ook niet te wachten op adviezen van anderen over het eten van linzen, bonen en andere vervangers. Misschien dat ik ooit in een periode met veel vrije tijd wat leuke veganistische gerechten ga bedenken, maar tot die tijd: bedankt. Ik eet af en toe bij veganistische en vegetarische vriendinnen en dat vind ik ruimdenkend genoeg. Misschien sla ik ooit nog om en misschien niet. Dat zien we dan wel weer.

Roxanne Huls