“Maar je kan het vlees er wel tussenuit pikken toch?”
Wanneer je gaat eten bij een van je omni-vrienden komt het nog weleens voor dat ze het vlees al door de maaltijd hebben gedaan en er dan doodleuk vanuit gaan dat je die minuscule spekjes (waar het hele eten dan ook naar smaakt) er wel even tussenuit haalt. Het liefst smijt je het bord dan in zijn of haar gezicht, maar ja, je weet je altijd te beheersen.

“Eet je dan ook geen vis/kip?”
Deze vraag wordt vaak tenminste drie keer door dezelfde persoon gesteld. Vaak een familielid dat je ongeveer vier keer per jaar ziet. Maar voor eens en voor altijd: nee, vegetariërs en veganisten eten geen vis of kip. Mensen die geen vlees of gevogelte eten maar wel af en toe vis, heten pescotariërs. Mensen die geen vlees en vis eten maar nog wel af en toe gevogelte heten pollotariërs.

“Ik ben ook vegetariër, al eet ik soms nog wel *vul hier een willekeurige vlees-/vissoort in*”
Ja… dan ben je dus geen vegetariër. Dan ben je een flexitariër. Een variant op deze uitspraak is: “ik eet ook niet zoveel vlees meer”. Aan de ene kant juich ik het eten van minder vlees heel erg toe, alle kleine beetje helpen namelijk. Toch voelt het ook enigszins dubbel. Deze mensen zijn zich namelijk wel bewust van de consequenties van vlees eten, dus wat is de reden dat ze niet helemaal stoppen? “Gewoon omdat het zo lekker is”?. Of ligt er misschien een andere oorzaak aan ten grondslag, zoals culturele beperkingen (Bijvoorbeeld wanneer iemand roots heeft in een bepaald land/ gebied waar er nog veel meer vlees gegeten wordt, zoals de Balkan)? Tot slot nog een laatste verzoekje aan mensen die af en toe nog wel vlees of vis eten: helemaal prima, maar schaad de naam alsjeblieft niet door jezelf vegetariër te noemen.

“Ik zou nooit vegetariër kunnen worden, want ik vind vlees veel te lekker”
Yes, gefeliciteerd! Je bent nu officieel door al je ‘goede’ argumenten heen.

“Je hebt vlees nodig om gezond te blijven”
Ik citeer even een paar onderzoeken: “Vegetariërs en veganisten leven gemiddeld langer dan vleeseters”, “Teveel vlees is slecht voor je gezondheid”, “Teveel vlees vergroot het risico op hart- en vaatziekten, obesitas, kanker en diabetes”. Maar blijf er vooral zelf in geloven dat je vlees nodig hebt om gezond te blijven.

“Iel, wat góór”
Dit is vaak de reactie wanneer je aan mensen uitlegt wat schellak, karmijn, gelatine of stremsel is en waarom je producten waar dat in verwerkt zit dus niet kan of wil eten. Grappig dat mensen er nooit bij stil staan dat in heel veel eten insectenhuidschilfers, vermalen varkensbotten of enzymen uit kalverenmagen zit. Maar eet smakelijk joh.

“Eet je dan alleen sla?”
Yes, mijn favoriete maaltijd is veldsla met appelmoes.

“Ik vind vegetarisch/veganistisch eten gewoon echt niet lekker”
Dit zijn altijd dezelfde mensen die vragen of ze alsjeblieft een hapje mogen van je broodje hummus met tomaatjes, de helft van je maaltijd opeten als jullie uit eten gaan of iets dergelijks en dan daarna doodleuk zeggen: “Ja het is wel lekker, maar je mist toch wat ofzo.”

“Ik mis het vlees helemaal niet”
Dit zeggen mensen vaak wanneer je een vegetarische of veganistische maaltijd voor ze hebt gemaakt. Nooit geweten dat vlees zo’n enorme smaakmaker kan zijn in een gerecht. Maar bedankt voor het ‘compliment’.

“Huh?! Is … vegan?”
Maar die witte vulling in Oreo’s is toch van melk? In hummus zit toch yoghurt? In tortilla wraps zit toch ei? Ja ja, mensen zijn altijd heel erg verbaasd wanneer ze erachter komen dat iets vegan is. En vervolgens proberen ze je uit te leggen dat het misschien toch wel verstandig is om even te checken of die dingen wel echt veganistisch zijn omdat zíj er altijd vanuit gingen dat het niet zo was. Superlief bedoeld en zo, maar schat, ik weet waar ik het over heb.

“Ja ik wil wel vegetarisch eten, maar de vegetarische optie op deze kaart lijkt me gewoon echt niet lekker”
De gelegenheidsvegetariër is weer lekker op dreef, terwijl er een wanhopige behoefte aan jouw goedkeuring doorklinkt in zijn/haar stem.

“Vind je het zielig voor de dieren?”
Met zo’n ondertoontje alsof dat geen goede reden is.

“Als dieren een goed leven hebben gehad, kan je ze gewoon opeten”
Ah, oké, is goed, dus je zou ook je eigen hond of kat opeten? Want die heeft dan ook een goed leven gehad toch?

Simone Broekman