Het najaar is altijd een beetje naargeestig. De dagen lijken soms meer op nachten, niemand wordt vrolijk van herfststormen en de charme van die oranje bladeren verdwijnt ook wel wanneer ze werkelijk overal liggen. Maar goed, hoe donker, vies, nat en koud ze ook zijn – die laatste maanden van het jaar hebben tegelijkertijd natuurlijk altijd wel iets magisch.

Dat begon heel vroeger altijd in oktober, in het bijzonder tijdens de aanloop naar Sint-Maarten. Niet alleen het geknoei met vliegerpapier (zo heet dat gekleurde doorschijnende papier kennelijk), verf en veel te veel lijm was een feest, maar natuurlijk ook vooral het incasseren van astronomische hoeveelheden snoep. Maar dat was natuurlijk maar een opwarmertje voor het echte werk, want daarna stond alles een maand lang in het teken van Sinterklaas. Dat was altijd een soort religieuze toewijding. Twee weken lang je schoen zetten, iedere avond het Sinterklaasjournaal en uiteraard de grand finale op pakjesavond. Toen bleek dat Sinterklaas in feite een combinatie van je ouders’ bankrekening, Mick’s Rijmwoordenboek en matige surprises van je broer was, was dat dan ook niet eens zo erg. Cadeaus waren nog steeds cadeaus, en tja, chocola was chocola. Simpel leven, soms.

Na 5 december ging alles altijd in sneltreinvaart. Eerst Kerstmis: het feest van de lichtjes, meer chocola, twee dagen belachelijk uitgebreid dineren, typische kerstliedjes, je kent het. De leegte na de kerstdagen bestond eigenlijk niet vanwege de voorpret voor Oud en Nieuw die gelijk daarna begon. De onruststoker in mij werd vroeger altijd héél blij van z’n dozen vol goedkoop prutvuurwerk. Rouwen om het einde van de feestdagenperiode kwam zodoende pas nadat de (eerst figuurlijke, later letterlijke) kater van Nieuwjaarsdag werkelijkheid was. Die duurde dan ook altijd even een paar dagen. Het contrast tussen de warme en kleurrijke feestperiode en de kille en uitzichtloze januaridagen was me altijd net iets te groot. 

Goed, dat was vroeger. Afgezien van de verdwaalde lampionloper is er voor mij tegenwoordig natuurlijk weinig bijzonders meer aan 11 november. Daarnaast blijft Sinterklaas vieren nog steeds leuk, maar heeft steeds meer het karakter van “oh ja, dat moest ik ook nog regelen”. En tja, Kerstmis en Oud en Nieuw… ik weet het tegenwoordig niet echt meer. Ik kijk er nog altijd naar uit als vanouds: de warme gezelligheid in huis, de kerstmuziek in de winkel, het dineren met de familie, het is allemaal erg leuk en zeker iets om niet te missen. Maar wanneer het eenmaal zo ver is en daarna voorbij is levert dat me een beetje een indifferent gevoel op  – alsof het tegenwoordig allemaal niet meer zo veel voorstelt. 

Ik krijg zodoende het idee dat de feestdagen voor mij tegenwoordig vooral om de voorpret draaien. De aanloop ernaartoe is namelijk altijd even spannend en opwindend als vroeger. Maar daar de feestdagen vroeger altijd voelden als een ontzettend bijzonder uitstapje van het dagelijks leven, lijkt dat gouden randje vandaag de dag steeds meer te verbleken en zijn het nu vooral gewoon ‘leuke’ dagen. Prima verder, maar het voelt altijd toch een beetje als een anticlimax. Is dit nu al die voorpret waard?

Misschien is dat laatste ook niet per se nodig. Magie uit het verleden behoudt haar magie misschien wel precies omdat ze tegenwoordig niet meer zo gemakkelijk gereproduceerd wordt. Daarnaast is voorpret ook gewoon een vorm van pret, dus zoveel valt er ook weer niet te zeuren. Kan ik toch lekker genieten van de decembersfeer zonder januarikater.  

Sybolt Friso