Op het moment van schrijven woon ik alweer ruim een half jaar bij mijn ouders en ben ik alweer heel wat ervaringen rijker. Want hoewel ik eigenlijk best hou van reizen met de trein, ben ik soms toch in vervelende situaties terecht gekomen. Zo had ik bijvoorbeeld in een week tijd maar liefst drie keer met vertragingen en storingen te maken. In twee gevallen was ik gelukkig op weg naar huis en hoefde ik nergens op tijd te zijn. Maar die ene keer dat ik naar Groningen moest, moest ik écht op tijd zijn. Ik gaf namelijk een examentraining aan twee havo-leerlingen. Door een overwegstoring zat ik zo ongeveer in de snelbus op het moment dat ik in Groningen had willen zijn. Al met al was ik twee uur later in Groningen dan gepland. Gelukkig duurde de examentraining twee volle dagen en had ik nog genoeg tijd om de achterstand in te halen. 

Zoals ik in mijn vorige stuk ook al schreef, merk ik wel dat ik veel meer ontspannen ben. Ik zie de muren niet meer op me afkomen en ben niet meer aan het piekeren over wanneer ik nou eindelijk eens terug kan naar Zwolle. Al waren er ook momenten dat het moeilijk was, zoals de keren toen ik ‘s avonds wat ging afspreken met vriendinnen uit Groningen. Normaal gesproken bleef ik met gemak tot een uur of 1 plakken, maar nu moest ik zo rond half 11 alweer richting het station (waarom gaat die laatste trein dan ook zo vroeg?). Ook met vergaderingen en overleggen is het lastig. Kom je speciaal naar Groningen voor een overleg dat hooguit een uurtje duurt? Dan ben ik langer onderweg dan dat ik in Groningen ben. Over het algemeen probeer ik het daarom altijd om mijn colleges heen te plannen, maar dit lukt helaas niet altijd. Als het een super belangrijk overleg is, en het OV een beetje mee zit, kom ik wel. Anders blijf ik lekker thuis. Maar ja, dat laatste is niet ideaal. Overleggen via Skype lijkt dan een goed alternatief, maar dit valt vaak tegen. De verbinding valt nog wel eens weg en soms hoor je alleen maar ruis. 

Veel mensen blijven toch vragen of ik het niet irritant vind om weer bij mijn ouders te wonen. Maar, nee, eigenlijk niet. Ze werken allebei de hele dag, dus als ik een dagje vrij ben, heb ik niet veel last van ouders die de hele tijd door het huis lopen en vragen wat ik nou eigenlijk zoal doe met mijn dag. Wel werpt mijn moeder af en toe een blik in mijn kamer en vraagt ze wel eens wanneer ik die weer eens ga opruimen en schoonmaken. Tja, als ik mijn kamer ook echt eens netjes achter zou laten, hoefde ze het misschien ook niet steeds te vragen. 

Ondertussen kijk ik nog wel eens op Funda naar leuke huisjes. Maar daar word ik dan vooral verdrietig van. De huizen zijn nu zó duur. Voor een simpel appartementje van zo’n 65 vierkante meter is de vraagprijs soms meer dan de twee ton. TWEE TON voor een lullig appartementje. En dat is dan in Zwolle. In Amsterdam heb je voor dat bedrag waarschijnlijk ongeveer een bezemkast. Ik moet er trouwens wel bij vertellen dat sommige huizen in Zwolle gelukkig wat goedkoper zijn, maar die liggen dan vaak in de wijk waar niemand wil wonen: Holtenbroek (onder Zwollenaren ook wel ‘De Bijlmer van Zwolle’ of ‘Holtenbronx’ genoemd). Als voormalig bewoner van de Korrewegwijk (het schietincident van oktober 2017 was zo’n 150 meter bij mijn huis vandaan) ben ik op zich niet zo bang om in een wat slechtere buurt te wonen, maar de vraag is of je ooit weer van je appartementje of kleine starterswoning afkomt als er weer een nieuwe crisis aanbreekt. Al zijn er sinds kort gelukkig ook geluiden dat deze wijk juist helemaal upcoming is onder starters. Laten we hopen dat deze prognose klopt.

Tja, dat samenwonen – een van de redenen waarom ik verhuisd ben – zit er voorlopig dus nog niet in. Bij de sociale huurwoningen staan we inmiddels vaak op plek 30 van de 80. Dus er zit vooruitgang in, maar tegen de tijd dat we een keer op 1 staan zijn we waarschijnlijk allebei al klaar met onze studie en verdienen we denk ik teveel om nog in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. 

Huren net buiten de sociale huursector wordt ons toch een beetje te gek. De nog enigszins betaalbare huurwoningen zijn vaak enkel en alleen bestemd voor senioren. Daarna gaan de prijzen toch al gauw richting de (minstens) 800 euro per maand exclusief. Dus ja, met alle kosten die daar dan nog bij komen is dat wel een enorme hap uit je inkomen. Bovendien kun je in een huurhuis ook niet echt investeren, waardoor je het nooit echt ‘eigen’ kan maken. 

Dat starters het niet makkelijk hebben, is dus niet meer alleen iets van horen zeggen, het is de harde praktijk geworden. En dan te bedenken dat mijn vriend en ik het nog redelijk makkelijk hebben. Hij heeft geen schuld en ik zal aan het einde van mijn studie een relatief lage schuld van ongeveer € 15.000,- hebben. Laat dat even bezinken: een schuld van € 15.000 is een relatief lage schuld. Laat even op je inwerken hoe ontzettend veel geld dat is. Laatst bevond ik me in een gezelschap met een hoop babyboomers, van wie er een grappend zei dat nog thuiswonende studenten een stel lapzwansen zijn (nadat ik hem net verteld had dat ik weer terug verhuisd was naar mijn ouderlijk huis). Helaas bestond de inmiddels welbekende dis “Ok boomer” toen nog niet. Tja, blijkbaar is mijn generatie lui omdat we proberen na te denken over onze toekomst, niet teveel schuld willen opbouwen en de mogelijkheid willen hebben tot sparen. We zijn een ‘verwende generatie’ die niet weet wat het is om écht hard te werken. Ondertussen stressen we ons kapot om maar niet te lang bezig te hoeven zijn met onze studie (want ja, dan gaat die schuld weer omhoog). 

Maar goed, dit stukje hoorde eigenlijk te gaan over mijn ervaringen als thuiswonende student. Eén van de grootste voordelen waar ik op dit moment van kan profiteren is: regelmatig oefenen met autorijden. Eind april heb ik mijn rijbewijs gehaald en met twee auto’s op de oprit heb ik genoeg mogelijkheden om écht goed te leren autorijden (want zoals de bekende uitspraak luidt: je leert pas autorijden als je je rijbewijs hebt). Veel studenten die hun rijbewijs al hebben, rijden namelijk vrijwel nooit meer, waardoor ze het vaak eng vinden om het na lange tijd weer op te pakken. Hoewel ik zelf ook nog niet volledig over mijn angsten heen ben, heb ik al best wat stukjes gereden en kan ik dat ook echt blijven doen. Daarnaast sport ik (samen met mijn moeder) weer standaard een uur in de week. Niet per se om af te vallen (want fuck de dieetcultuur), maar vooral om een beetje fit te blijven (en omdat het gewoon leuk is). 

Wat wel een nadeel is, is dat ik merk dat ik me thuis wat minder goed kan concentreren voor mijn studie. Ik heb vaak teveel te veel afleiding waardoor het meestal niet lukt om echt productief bezig te zijn. Maar ja… ga je speciaal naar Groningen om een plekje in de UB te bemachtigen? Dat zag ik niet helemaal zitten, dus ben ik op onderzoek uitgegaan. En wat blijkt? In Zwolle hebben ze net buiten de gracht De Stadkamer, in 2018 uitgeroepen tot de beste bibliotheek van Nederland. En niet zonder reden: het strakke interieur biedt studieplekken (met stopcontacten!), maar ook een aantal ‘chillspots’ met heerlijke stoelen waar je lekker in weg kan zakken onder het genot van een verse muntthee. Als je een goed plekje uitzoekt heb je ook nog eens uitzicht op het sprookjesachtige park aan de Potgietersingel, langs de gracht van het centrum. Wie op sportieve wijze wil studeren kan plaatsnemen achter een bureau met een zogeheten ‘bureaufiets’ (ik denk dat mijn rug er niet blij van wordt, maar ga het binnenkort misschien toch eens een kans geven). Daarnaast is het ook nog eens vlakbij het station. Kortom, een prachtige plek om met je neus in de boeken te duiken (of in je laptop en je second screen, want we leven inmiddels natuurlijk alweer (bijna) in 2020). Je zou er eigenlijk eens speciaal voor naar Zwolle moeten komen. 

De geelblauwe hel

Dit kopje doet misschien vermoeden dat ik toch niet zo heel erg gesteld ben op de NS. Maar niets is minder waar. Of nou ja, niet helemaal. Het gaat hier om een iets kleiner geelblauw vervoersmiddel dan de trein, namelijk de beruchte OV-fiets. Nadat ik verhuisd was, was het in de eerste instantie mijn plan om mijn fiets in Groningen te houden. Dit bleek helaas toch wat onhandig wanneer ik langere tijd uit Groningen wegbleef (bijvoorbeeld tijdens de tentamenperiode of zomervakantie), en dus besloot ik, voor de momenten waarop het echt nodig was, een OV-fiets te pakken. Maar mijn hemel, ik kan niemand aanraden om regelmatig van deze fietsen gebruik te maken (of er lange afstanden mee af te leggen). In de eerste plaats lijkt het puntje van het zadel ietsjes hoger te staan dan de rest, waardoor je, hoe laag je zadel ook zit, elke keer het gevoel hebt dat je met fiets en al op de straat dondert wanneer je probeert af te stappen. Daarnaast voelt de fiets nog minder stabiel dan de meest krakkemikkige vouwfiets en zijn de sleuteltjes regelmatig verbogen. Zo kreeg ik door een verbogen sleuteltje mijn OV-fiets niet van het slot, terwijl ik met haast naar het station moest (‘s avonds laat, vlak voordat een van de laatste treinen zou gaan). Ik heb als een gek dat slot geprobeerd open te krijgen, maar omdat het in de eerste instantie echt niet lukte, liep ik een paar honderd meter over de Grote Markt terwijl ik de fiets mee sjouwde. Het leek echt alsof ik een fietsendief was (en het was kermis, dus de stad was BOMVOL). Na deze Walk of Shame kreeg ik na een zoveelste poging E-I-N-D-E-L-I-J-K wel het slot open en kwam ik op het station nadat de een-na-laatste trein al vertrokken was. Gelukkig stond de laatste trein, de sprinter van 23:23 uur, al op me te wachten. Een paar weken later, vlak voor de vakantie, moest ik in Groningen zijn en had ik voor die gelegenheid ook echt weer even een fiets nodig. Wat er precies met deze fiets aan de hand was, ik ben er nog steeds niet achter, maar het leek alsof er op de rechter trapper een draaiplateau zat die enthousiast van links en naar rechts draaide op het moment dat ik met mijn rechtervoet naar beneden trapte. Zo onderhand vraag ik me af wat de gemiddelde persoon dus wel niet met deze fiets onderneemt. Het lijkt soms wel alsof de vorige lener er mee is gaan mountainbiken en in een metersdiep ravijn is gevallen. De OV-fiets gebruik ik dus liever niet meer en ga ik lopend naar college. Gelukkig is de afstand tussen het station en het Harmoniegebouw goed te overzien. 

Inmiddels zijn we dus ruim een halfjaar verder. Al met al heb ik nog geen enkele keer écht spijt gehad van mijn keuze, al zijn er dus wel momenten geweest waarop het lastig was. Wel ligt er mogelijk een volgende uitdaging op de loer: de stageplaats in het tweede semester. In september ben ik begonnen met de educatieve master (Nederlands) en dus ga ik in de tweede helft van het jaar stage lopen op een middelbare school. Helaas kan ik voor mijn eerste masterstage zelf geen school uitkiezen. Duimen maar dus dat ik niet op een school ergens achterin Friesland terechtkom, want dat is toch wel lastig om te bereiken met het openbaar vervoer. 

Simone Broekman