Tijdens mijn studie geschiedenis heb ik geleerd dat woorden onze waarneming van de werkelijkheid bepalen. We kunnen de wereld om ons heen namelijk niet anders duiden dan door middel van taal. Hieruit volgt dus dat de woordkeuze om een verschijnsel, ontwikkeling of gedachtegoed aan te duiden, een bepaald beeld moet oproepen. Dat noemen we beeldspraak.

Bij de diverse verkiezingen in 2019 werden we overladen met zulke beeldspraken. Talrijke slagzinnen passeerden de revue in de media. De VVD liep te koop met een breekbaar vaasje, de FvD blijft bezig een (denkbeeldig?) partijkartel te breken en de SP hoopte de verkiezingen om te bouwen tot een referendum over Rutte. Elk van deze metaforen roept een beeld op en, sterker nog, een emotie. Harde feiten moeten het in het maatschappelijk verkeer meer dan ooit afleggen tegen beeldspraak. In het stemhokje laat de kiezer zich te vaak leiden door emoties dan door kennis over de standpunten van een partij.

Dichter bij huis voeren proto-politici van de medezeggenschapsraden hetzelfde kunstje uit. Elk jaar is het aantal studenten met een paar duizend afgenomen en weer ververst met een nieuwe lichting van een paar duizend. Het is jaarlijks een flink karwei om je als raadspartij weer te moeten profileren. Bepaalde (nietszeggende) beeldspraken zijn er aan de orde van de dag om de aandacht van de argeloze student te trekken. “De universiteit is geen bedrijf,” is de spraakmakendste. Ik ben benieuwd wanneer “De faculteit is geen lunchroom” en “De Hanze is geen bushalte” het straatbeeld gaan sieren.

Maar het wordt helemaal bont als je dingen belooft die niet zijn waar te maken. Een gekozen rector magnificus bijvoorbeeld, of de democratische(re) universiteit van een halve eeuw geleden. Zulke dingen worden niet bepaald op het niveau van een onderwijsinstelling, maar op het niveau van de landelijke politiek. Punt. Waak voor zulke luchtkastelen en trap er niet in – het is je reinste kiezersbedrog.

Waar kun je dan nog wel van op aan? Anders gezegd: waar moet je nog vertrouwen in hebben? Deze editie van Nait Soez’n gaat over vertrouwen. De redactie laat haar licht schijnen op dit begrip, met als definitie “geloof in iemands goede trouw en eerlijkheid”.

Veel leesplezier!

Christiaan Brinkhuis