Vertrouwen, een deugd waar de heidense Romeinen zelfs een godin voor hadden, Fides genaamd. Tijden veranderen en Fides’ aanbidders zijn op enkele handen te tellen, zo niet op geen. Hoewel het aanbidden van de deugd passé is, wordt er nog altijd waarde aan gehecht, maar is dit nog langer terecht? We leven in een tijdperk waarin bronnen die ooit ‘betrouwbaar’ waren dat minder en minder worden, een tijdperk van politieke onzekerheid.  Wordt het tijd voor een paradigmaverschuiving? Moet wantrouwen en niet vertrouwen voortaan als uitgangspunt worden genomen? 

Vertrouwen doet een mens denken in zijn gebruikelijke routines. Wanneer de gebruikelijke routines niet blijken te werken, wordt men gedwongen af te wijken van de gebruikelijke gevolgtrekkingen. Wantrouwen zorgt hierdoor voor een kritischere blik en nodigt uit tot meer denken buiten de kaders. Wantrouwen lijkt hiermee een prima oplossing voor de toename in het eerdergenoemde nepnieuws van de afgelopen jaren. Politici, belangenbehartigers en de socialemediabedrijven roepen over het aanpakken van de bronnen, het verwijderen van nepnieuws enzovoort, maar waarom legt men de oplossing niet bij de consument, de lezer of luisteraar? Wanneer iemand iedere bron wantrouwt en niet klakkeloos haar berichten overneemt, is het probleem opgelost. Het idee dat er bronnen zijn waar een mens simpelweg op kan vertrouwen, maakt ons niets anders dan dom en lui.

Waarom zou men uitgaan van het goede van de mens? Het is 2020, de tijd is aangebroken om vertrouwen als uitgangspunt te vervangen door wantrouwen. In 2013 werd een onderzoek gepubliceerd waaruit bleek dat wantrouwen een noemenswaardige invloed heeft op het vormen van stereotypes. Personen die anderen wantrouwen hebben ironisch genoeg minder vooroordelen over anderen. In een wereld waar iedereen elkaar wantrouwt, is ergo geen ruimte voor racisme of homofobie. Bovendien kan het artikel met betrekking tot ‘oplichting’ ook uit de strafboeken verwijderd worden. Deze sector zal volledig instorten. Niet langer begint een moeder met het overmaken van geld naar iemand die zich voordoet als haar in de financiële problemen gekomen dochter. Grootouders maken niet langer de complete erfenis over naar iemand die zich voordoet als een Nigeriaanse prins. Benjamin Franklin, de Amerikaanse wetenschapper, politicus en moralist, zei ooit: “Distrust and caution are the parents of security.” Duidelijk was hij zijn tijd ver vooruit.

Als laatste, achterdocht maakt gelukkiger. Een echte man heeft geen vrienden; dit is te gevaarlijk. Nooit zal een man teleurgesteld raken door een vriend die te laat komt, die zijn geliefde afpakt, of hem simpelweg in de rug steekt. Immers houdt hij dagelijks rekening met dergelijke scenario’s. Mocht men tegen beter weten in besluiten om toch ‘vrienden’ te maken, lijkt het mij minder schaamtevol om je vrienden niet te vertrouwen, dan door ze te worden misleid. Vertrouw niets of niemand en teleurstellingen bestaan niet meer, enkel aangename verrassingen. Is het niet beter om gelukkig wakker te worden en erachter te komen dat je partner je tegen de verwachting in niet heeft gewurgd in je slaap dan in het holst van de nacht wakker te schrikken met een kussen in je gezicht? Een leven op grond van vertrouwen kan enkel slechter worden, een leven op grond van wantrouwen enkel beter. Noem een sterker argument.

Een stap van vertrouwen naar wantrouwen levert een mens en mensheid dus tal van voordelen op: een de facto immuniteit voor nepnieuws, minder discriminatie, een veiligere samenleving en bovendien, minder tegenslag en meer geluk. Reden genoeg om zo spoedig mogelijk te beginnen met een radicale verandering in uitgangspunt.

Nico Laurens Wessels