Elke euro zal in zichtbaar verbeterd onderwijs worden gestopt

Caroline Brinkhuis 5 min 21/02/2021
Elke euro zal in zichtbaar verbeterd onderwijs worden gestopt

Duizend studenten. Dat is het geschatte aantal studenten dat in 2018 aan de Rijksuniversiteit Groningen begon met de bachelor Psychologie. Maar liefst 700 studenten in de Engelstalige variant en 300 studenten die deze studie in het Nederlands gingen volgen. Deze getallen waren blijkbaar schrikbarend genoeg om vanaf 2019 een selectieprocedure te laten plaatsvinden waarbij het maximumaantal 600 studenten beslaat. In 2018, toen ik begon aan de opleiding, moest je echter meedoen aan een matchingprocedure. Door middel van je prestatie op toetsen werd gekeken of de opleiding bij je zou ‘’matchen’’. Maar wanneer bleek dat je niet goed bij de opleiding zou passen, mocht je tóch de studie gaan volgen. Met andere woorden: het aantal aanmeldingen overschreed de maximale capaciteit, omdat iedereen dat jaar gewoon de opleiding mocht volgen. En wanneer de maximale capaciteit overschreden wordt, gaat vanzelfsprekend de kwaliteit van het onderwijs ook omlaag.

Er zijn nu te veel studenten ten opzichte van het aantal docenten binnen de opleiding Psychologie en dat is te merken. Zo kreeg ik eind augustus een mail vanuit de opleiding, gericht aan alle studenten die in september met hun scriptie wilden beginnen, met de vraag of wij allemaal nog eens goed na wilden denken over of wij wel écht in september moesten beginnen met de scriptie of dat dat ook wel later zou kunnen. De reden: ‘’Er zijn niet genoeg supervisors voor alle studenten die zich nu hebben aangemeld voor het starten van hun scriptie in blok 1A’’. Voor onze scriptie moesten wij 40 onderwerpen rangschikken en het was duidelijk dat deze onderwerpen sterk waren gebaseerd op de supervisors die ze nu wél hadden. Er was namelijk een eenzijdig aanbod, zodat sommige velden uit de psychologie oververtegenwoordigd waren. Denk daarbij aan cognitieve psychologie, sociale psychologie en experimentele psychologie. Maar er waren amper onderwerpen voor de velden waarvoor over het algemeen juist de meeste interesse is, namelijk klinische psychologie en klinische neuropsychologie. Door het grote aantal studenten mogen we al niet zelf een onderwerp bedenken, dus zorg er dan tenminste voor dat de lijst met onderwerpen waar we wel uit mogen kiezen divers is, zodat er voor ieder wat wils is. 

Wanneer je denkt dat je wel verzekerd bent van een master als je eenmaal binnen bent bij deze opleiding, ben je helaas te naïef. Vanaf studiejaar 2021-2022 worden er beperkingen gelegd op het aantal studenten dat een master in de psychologie mag volgen. Dit is uiteraard ingevoerd wanneer die duizend studenten aan hun master zouden gaan beginnen, want die ronden hun bachelor dit academisch jaar af wanneer ze geen studievertraging hebben opgelopen. Over wat voor capaciteitsbeperkingen spreken we dan? Stel dat, in een plausibel scenario, van die 1000 studenten tijdens de bachelor 300 zijn afgevallen. Dan houden we nog zo’n 700 studenten over die in september 2021 willen beginnen met hun master. Waar heeft de universiteit plek voor? Voor precies 392 studenten. Ofwel, misschien kan de helft van de studenten niet de master volgen die hij of zij het liefst zou willen. In het document met uitleg over deze nieuwe regeling wordt zelfs vermeld dat er niet genoeg docenten zijn voor alle studenten die een master in de psychologie aan de RUG willen volgen en dat de universiteit er op dit moment en in de nabije toekomst ook niet voor kan zorgen dat er extra personeel aangesteld wordt. Lachend maar serieus zei onze studieadviseur bij het introductiecollege van het huidige academische jaar ook dat we er goed aan doen om naar masters buiten Groningen te kijken, omdat de kans dat we hier worden toegelaten niet erg groot is. De universiteit wil zoveel mogelijk studenten werven, maar tegelijkertijd moet zij een verkooppraatje houden voor andere universiteiten, omdat hier niet genoeg plek is.

 

‘’Misschien kan de helft van de studenten niet de master volgen die hij of zij het liefst zou willen.’’

 

Deze voorbeelden zijn het gevolg van een op veel grotere schaal genomen beslissing, namelijk de afschaffing van de basisbeurs. Toen vijf jaar geleden het leenstelsel werd afgeschaft, waarbij iedere student maandelijks een bedrag op zijn of haar rekening gestort kreeg om de studie mee te financieren, kwam daarvoor het leenstelsel in de plaats. Ofwel, een hoop meer schulden voor elke student, want die moest nu een stuk meer lenen dan voorheen. De belofte die werd gemaakt bij de afschaffing van de basisbeurs was als volgt: elke euro die nu geleend moest worden zou in verbetering van de kwaliteit van het onderwijs gestopt worden. Al deze euro’s samen zijn nu goed voor een bedrag van zo’n 2,3 miljard euro. Elke hogeschool en universiteit heeft een plan moeten indienen waarin staat hoe zij het geld gaan investeren, waardoor wij als studenten zichtbaar verbeterd onderwijs moeten merken. De NOS heeft dit voor elke hogeschool en universiteit in Nederland overzichtelijk in kaart gebracht en de RUG heeft volgens deze website twee hoofddoelen: ‘’meer en betere begeleiding van studenten’’ en ‘’passende en goede onderwijsfaciliteiten’’. Dit eerste willen zij realiseren doordat er een dyslexie- en dyscalculiecentrum en meer studentpsychologen komen. Het tweede doel zou behaald moeten worden door extra onderwijsruimtes, voor kleine en grote groepen en voor fysieke en digitale colleges en examens. 

Daarnaast wordt er geïnvesteerd in digitaal leren en toetsen.  Wanneer ik het plan voor de Faculteit van Gedrags- en Maatschappijwetenschappen lees, staat er helemaal niks over het aanstellen van extra docenten. Niks! Dit komt deels doordat de kwaliteitsafspraken steeds voor vier jaar gemaakt worden, waarbij docenten van het geld wel een korte aanstelling zouden kunnen krijgen, maar na vier jaar zouden zij wellicht ontslagen moeten worden, omdat er niet genoeg geld is voor het aanbieden van een vast contract. Zo heb je dus voor vier jaar genoeg docenten, maar na die vier jaar ontstaat weer een tekort en dan ben je weer terug bij af. In het plan wordt wel beschreven dat docenten een training moeten krijgen over hoe ze feedback geven op studenten en dat er meer e-learning moet komen, maar daar blijft het ook bij. Van mij de vraag of deze plannen al gerealiseerd zijn (ik kan niks vinden over een dyslexie- en dyscalculiecentrum) of dat deze nog in de laatste maanden van 2020 volbracht moeten worden, maar dat laatste lijkt me niet heel waarschijnlijk.

Het coronavirus heeft vermoedelijk roet in het eten gegooid en daarom zijn de plannen gewijzigd. De focus ligt nu meer op het verbeteren van het online onderwijs, zoals het begeleiden van docenten bij het geven daarvan. Het bouwen van extra studieplekken is nu uit het plan geschrapt om meer geld vrij te maken voor deze ondersteuning. Veel studenten hebben aangegeven dat zij een verlaging van het collegegeld willen voor dit academisch jaar, of een deel van het collegegeld terug willen van afgelopen studiejaar, omdat door COVID-19 vrijwel al het onderwijs online werd (of ‘hybride’ onderwijs zoals de RUG het graag noemt). Hierdoor zou de kwaliteit van het onderwijs zijn gedaald. Hierover is een petitie rondgegaan en ondertekend door ongeveer 55.000 studenten, waarna deze is overhandigd aan de minister van Onderwijs, Ingrid van Engelshoven. Zij reageerde hierop dat online onderwijs helemaal niet goedkoper is dan regulier onderwijs en dat daarom het collegegeld niet omlaag kan. Het betaalde collegegeld moet namelijk geïnvesteerd worden in betere begeleiding van studenten en docenten en in de middelen die nodig zijn om goed online les te geven. Het is alleen nog maar de vraag wanneer wij daadwerkelijk gaan merken dat het online onderwijs beter gaat dan het afgelopen halfjaar.

 

‘’De universiteit wil zoveel mogelijk studenten werven, maar tegelijkertijd moet zij een verkooppraatje houden voor andere universiteiten, omdat hier niet genoeg plek is’’

 

Momenteel krijgen alleen de studenten die door het coronavirus niet op tijd konden afstuderen, doordat ze bijvoorbeeld geen stage konden vinden, een deel van het collegegeld terug. In mijn optiek is deze manier van werken niet het voorkomen van studievertraging (dit zegt de minister te doen door te investeren in het online onderwijs), maar juist het achteraf behandelen van de pijnlijke gevolgen. Zoals het nu lijkt krijgen we namelijk pas compensatie als het al te laat is.

We zullen vast en zeker zo snel mogelijk beter online onderwijs meemaken, maar momenteel zijn wij wel de dupe van het proces waarin het nog niet goed gaat. Het is erg jammer dat daar niet tijdig voor wordt gecompenseerd. Misschien nog een keer een petitie overhandigen aan de minister van Onderwijs?

Soortgelijke artikelen