Het pijnlijke leven van de mid-twintiger

Simone Broekman 4 min 03/03/2021

Misschien weet je het nog wel, je moest naar de supermarkt om nog even snel wat boodschappen te doen en eenmaal daar dartelde er een klein kind met zijn of haar kleine winkelkarretje wat onhandig door het gangpad waar jij toevallig ook net stond. Een kleine seconde later kwam een ouder, enigszins buiten adem, er met een overvolle boodschappenkar achteraan. “Pas je een beetje op voor die meneer/mevrouw?” werd er naar het kind geroepen. Je stond er een beetje van te kijken… Het was de eerste keer dat iemand je in zo’n situatie aansprak met meneer of mevrouw, in plaats van met jongen of meisje. Het was de eerste keer dat je door de buitenwereld werd gezien als een volwassen persoon, in plaats van als een kind. 

In oktober dit jaar ben ik 24 geworden en intussen ben ik er dus wel aan gewend dat ik met ‘mevrouw’ of met ‘u’ word aangesproken in de supermarkt of op andere openbare plekken. Sterker nog, ik zou het inmiddels misschien zelfs als belediging zien als een ouder tegen zijn of haar onhandige kind zou zeggen: “Pas je een beetje op voor dat meisje daar?” In mijn werk in de huiswerkbegeleiding en tijdens mijn stages op de middelbare school word ik door de leerlingen ook al standaard aangesproken met mevrouw. Maar goed, daar is het natuurlijk ook normaler. Toch voelt het soms ook nog wat onwennig dat ik inmiddels door het leven ga als ‘(me)vrouw’ en niet als meer ‘meisje’. Ik voel me niet hetzelfde als hoe ik als kind tegen jonge mensen van in de twintig aankeek. Die hadden de boel al op een rijtje, dacht ik altijd. Die wisten hoe de wereld in elkaar zat. Inmiddels moet ik altijd ietwat ongemakkelijk lachen als ik terugdenk aan hoe ik als puber tegen de jongvolwassen mensen aankeek. Hoe ouder ik word, hoe meer ik erachter kom dat iedereen maar wat doet en dat mensen bovendien het overgrote deel van de tijd zelf ook geen idee hebben wat ze nou precies aan het doen zijn. De ‘volwassenen’ van deze wereld hobbelen ook maar wat door het leven. 

Een klein jaar geleden werd ik door een leerling alleen aangesproken met ‘u’ en ‘mevrouw’ op een moment dat ik dit eigenlijk niet zo wenselijk vond. Ik was toen op de oud-leerlingenmarkt van mijn oude middelbare school om wat te vertellen over mijn studie. Als eerstejaars masterstudent twijfelde ik of ik niet ook al een beetje te oud begon te worden voor deze ‘oud-leerlingenmarkt’. Het antwoord op deze vraag kreeg ik toen een leerling mij een vraag stelde en me daarbij aansprak met ‘u’. Au… In deze setting vond ik dat toch wel een beetje pijnlijk. Ik zat daar als oud-leerling, dus al die scholieren (uit klas 4) wisten dat het leeftijdsverschil niet heel groot kon zijn. Maar als masterstudent was ik in hun ogen blijkbaar toch echt de ‘mevrouw’, en niet de ‘jonge, wilde student’. Ik was niet meer de twintiger die aan kwam zetten met wilde verhalen over haar studentenleven. Ik was de twintiger die al bijna klaar was met haar studie en in de ogen van pubers geen tijd meer had voor dat soort gekkigheid (alsof mensen die ouder zijn dan 21 niet meer van een feestje houden).

Bij mijn werk in de huiswerkbegeleiding merk ik het ook steeds meer. De eerste paar keren tijdens examentrainingen of huiswerkbegeleiding zagen de leerlingen mij wel als volwassen persoon, maar ook nog echt als student. De student die zelf ook nog regelmatig een potje van haar leven maakte. Maar inmiddels begint dat toch echt te veranderen. Ik word steeds meer de volwassen vrouw uit de ‘grotemensenwereld’ en steeds minder de jongvolwassen vrouw die nog niet zo heel lang geleden in hun schoenen stond. Je bent, met andere woorden, oud genoeg om aanzien te hebben, maar te oud om nog ‘cool’ te zijn. Niet dat cool gevonden worden door pubers nou mijn ultieme doel is in het leven, maar dat de overgang van ‘jonge, wilde student’ naar ‘saaie, serieuze volwassene’ zo snel en ook vooral zo plotseling zou komen, vond ik toch wat confronterend. 

Als je zo tegen het einde van je studie aan zit, lijkt de rest van de wereld ook ineens van je te verwachten dat je je nu echt volwassen gaat gedragen. Heb je nu toevallig je favoriete maar ook enigszins vertrapte sneakers aan? Laat die maar in de kast staan als je naar je werk of je stage gaat. Net als die lekkere warme trui die al iets te vaak de binnenkant van je wasmachine gezien heeft. En dat ene shirt van je favoriete band of je lievelingsserie? Draag die ook maar in je vrije tijd. En heb je toevallig nog een nieuw notitieblok nodig? Koop dan ook maar de neutrale blauwe of zwarte, in plaats van de roze met skateboardende dinosaurussen of de mintgroene met dansende eenhoorns (ja mensen, er bestaat zowaar een Nederlands woord voor unicorn). 

Als je langzaam toetreedt tot de ‘echte grotemensenwereld’, merk je ook echt dat je kledingstijl verandert, niet omdat je op je oude kleding bent uitgekeken, maar meer omdat het niet meer past bij je levensstijl. Zeker als docent word je geacht om je enigszins neutraal te kleden. Dit resulteert erin dat elke docent zich op ongeveer dezelfde manier kleedt. In de periode oktober tot en met maart (het overgrote deel van het schooljaar dus), draagt elke vrouwelijke docent ongeveer dezelfde outfit: een lang, grof gebreid vest (of juist een korte, fijngebreide variant) met een blousje eronder, een donkerblauwe spijkerbroek en degelijke (vaak cognackleurige) enkellaarsjes. De ‘alternatieve’ vrouwelijke docent draagt tijdens deze periode een trui of shirt met lange mouwen en een Desigual-achtige print. Voor mannelijke docenten is de sneaker vaak nog wat meer geaccepteerd. Al kiezen zij vaak ook voor de semi-chique variant met suède en neutrale kleuren. Fijn gebreide kleding, zoals vestjes en pullovers, doen het bij mannelijke docenten ook vaak goed. Overhemden zijn ook populair bij mannelijke docenten. Hierin kiest de ene docent vaak voor het overhemd in een neutrale kleur, terwijl de ander juist kiest voor een overhemd met een (iets te) hysterische print. Als ik mezelf vergelijk met die ‘gekke leraren’, dat kom ik al vrij snel tot de conclusie dat ik me vrijwel exact hetzelfde kleed. Begin ik dan toch langzaam te veranderen in die twintiger die alles op een rijtje heeft? Soms vrees ik het ergste.

Soortgelijke artikelen