Roamer

Nico Wessels 3 min 13/09/2020

Als stroop op een stapel pannenkoeken druipt de tijd van dag naar dag, langzaam, gestaag. Waar ik vroeger nog graag ’s avonds in gezelschap aan de borrel zat, zit ik nu op mijn balkon zielloos voor mij uit te staren, ondertussen dondersgoed bewust van de luxe die een riant balkon in deze tijd is. Nee, corona brengt niet bepaald leven in ‘de Brouwerij’. Ook op het gebied van zondige intimiteit staat het leven momenteel zo goed als stil. Het enige waar ik mij, als single, mee troosten kan, is het feit dat ik in ieder geval nog genadeloos genaaid word door alle consequenties die dit virus met zich meebrengt. Wel heb ik nu ruim de tijd om te schrijven, dit keer onder het thema ‘haat en liefde’, maar helaas heb ik noch inspiratie noch zin om hierover oppervlakkig te lullen, zal ik een ode schrijven aan iets dat ik deze laatste weken bij mij draag, op mij draag.

Het zal gaan over het enige object dat mij in deze dagen enigszins houvast geeft op ritmegebied. De ‘Roamer Canterbury’, een horloge, ergens in de jaren zestig/zeventig geproduceerd in Zwitserland. Het heeft een bruin leren band en in plaats van Arabische cijfers, Romeinse, een subtiele verwijzing naar de zonnewijzers uit de Oudheid. De Roamer is geen gebruikelijk quartzhorloge, van dat type dat de laatste decennia, digitale horloges daargelaten, bij de consument de overhand heeft gekregen, maar een mechanisch horloge. Een horloge dat je moet opwinden om ervoor te zorgen dat deze blijft lopen. Waar het quartzhorloge tikt op batterij, loopt het mechanische horloge dus op pure mankracht. Voor een bewustwording van de tijd moet men dus beestachtige biceps aanwenden.

Wanneer ik daarin slaag, weet ik voor ongeveer zes uur wat de tijd is, voordat het moeizame proces van opwinden weer begint. De meeste mechanische horloges kunnen met enig gemak langer door, maar het ding is ouder dan ikzelf en ik ben te lui om het in oude glorie te doen herstellen. Die zes uur zijn niet altijd even accuraat. Het mechaniek wordt beïnvloed door schokbewegingen, temperatuur, zijn positie en het aanvankelijk opwinden van de veer. Desondanks wordt aan die zes uur waarde gehecht. Het is een beloning voor een, wellicht wat overdreven, inspanning, maar desalniettemin een beloning.

Een horloge is iets dat je bij je draagt, zonder dat het vervelend is. Daarin verschilt het van de smartphone, een log object, een equivalent van een sleutelbos of portemonnee, die men bewaart in een broekzak of tas. Het horloge is eerder te vergelijken met een ketting of ring en klemt zalig zachtjes om een pols, als een kind dat je de weg wil wijzen door je mee te slepen. Op dezelfde manier dat het dragen van een coltrui in combinatie met een rugtas het gevoel geeft dat je zachtjes van achteren gewurgd wordt door een goedhartig kaboutertje. Anders dan een ketting of oorbel is het meer dan een draagbaar pronkstuk, het horloge heeft nut. Wanneer ik mijn Roamer niet draag, voelt niet alleen mijn pols zijn afwezigheid, maar verlangt ook mijn brein naar haar geschenk, het besef van tijd.  

De definities van het woord ‘roamer’ omhelzen eigenschappen van vrijheid, het gaat om iemand die ervan houdt om rond te bewegen en te reizen, in het bijzonder, zonder daarbij ook een duidelijk idee te hebben van wat zij willen doen. Het is in deze tijden een definitie met een ironische kant. Het vrijelijk bewegen heeft plaatsgemaakt voor statisch thuis zitten en wanneer we de deur uit moeten, doen we dat doelgericht, met een boodschappenlijst, met een plan. Hoewel zijn naam door mij dan ook niet de eer kan worden aangedaan die het vanuit scheppingsoogpunt verdient, is het horloge er deze dagen in ieder geval voor mij. Hopend, met het verstrijken van de tijd, kijk ik uit naar het einde van de coronamaatregelen met om mijn pols, mijn Roamer, met haar geruststellende, bijna geruisloze, ritmische getik… tik… tik…  

Soortgelijke artikelen