De GSb is een leerschool voor me geweest

Christiaan Brinkhuis 5 min 13/09/2020
Veelzijdigheid is een wezenskenmerk van Marcel Trip (1983), in ieder geval als het op zijn tijd bij de GSb aankomt: lid van diverse werkgroepen, Universiteitsraadslid en, als kroon op het werk, hoofdredacteur van dit blad. De afgestudeerd filosoof heeft een bepaalde band met maatschappelijke organisaties, aangezien hij al heel wat jaren woordvoerder is bij een andere ‘bond’, namelijk de Woonbond. Met evenveel elan staat hij de Nait Soez’n te woord voor een interview.

Hoe ben je bij de GSb terechtgekomen? En waarom?

Ik ben via het Studenten Milieu Overleg Groningen, het SMOG, destijds de milieuwerkgroep van de GSb, bij de bond terechtgekomen. Dat ging via iemand die inmiddels mijn schoonzus is. Zij was daar coördinator en dacht dat het SMOG ook wel iets voor mij was. Daarvóór had ik eigenlijk niet van de GSb gehoord. Zo ben ik betrokken geraakt en lang blijven hangen!

 

Wat onderscheidde de GSb van andere studentenorganisaties?

Wat ik onderscheidend vond was dat een hele brede groep mensen van diverse achtergronden leerde samenwerken aan heel concrete dingen. Denk daarbij aan milieumaatregelen, beleid van de RUG of de Hanze, studentenhuisvesting, medezeggenschap… De GSb was – en is, verwacht ik – op een heel brede manier actief voor de studenten. Dat paste erg bij mij en daarom heb ik me er ook zo goed thuis gevoeld. 

 

Wat kenmerkte het studentenleven in die jaren?

Het geldt volgens mij voor elke periode, maar het is een tijd waarin je, los van de je studie, heel veel over jezelf leert en vrienden voor het leven opdoet. Dat heb ik zeker ook gedaan in Groningen tijdens mijn studententijd. Het was toen, net als nu, een tijd waarin ongelooflijk veel werd gediscussieerd over bezuinigen op hoger onderwijs. Daarmee waren we als studentenbond altijd wel in de weer. Bij de GSb was het zo dat je binnen kwam lopen, je zag een paar ouderejaars staan tegen wie je weliswaar opkeek, maar een half jaar later doe je gewoon mee met wat ze daar doen. Je leerde heel veel door zelf te doen, dat was goed voor je zelfvertrouwen. Gewoon lekker aan de slag.

 

Wat waren de grote thema’s die studenten aangingen in je GSb-periode?

Dat was sowieso studentenhuisvesting! Er was een flink kamertekort en dat had te maken met de regel dat 15 procent van een wijk uit studentenkamers mocht bestaan, daarmee hield ik me vanuit de Nait Soez’n ook veel bezig. Daarnaast heb ik ook in de Universiteitsraad gezeten en daar ging het meer over zaken die spelen op de universiteit. Dan gingen de discussies meer over de harde knip en dat soort dingen. Ik heb ook gewoon vanuit best veel verschillende dingen bij de GSb gezeten… Ik ben begonnen bij het SMOG en toen hebben we veel overlegd met de universiteit en de hogeschool over zoiets als het verduurzamen van processen, duurzaam maken van kantines, noem maar op. Uitdelen van vegetarische kookboeken aan eerstejaars, schiet me ook te binnen. Daarna heb ik een tijdje in de huisvestingswerkgroep gezeten, in de Universiteitsraad dus ook, heel lang bij de Nait Soez’n rondgelopen. Dat was de plek waar ik het toch wel het meest naar m’n zin heb gehad, in die rol lekker schrijven over studentenpolitiek, zowel landelijk als lokaal. Ik schreef over, uiteraard, studentenhuisvesting, maar ook over plannen van Rutte voor ‘leerrechten’ – hij was toen nog staatssecretaris. Er zijn een hoop dingen voorgevallen die elkaar in hoog tempo opvolgden.

 

Wat is je het meest bijgebleven van je raadsjaar?

Het mooie was dat ik me heel erg onderdeel heb gevoeld van de universiteit. Het was een periode waarin goed geluisterd werd naar de input van studenten, als die tenminste ook ergens op gestoeld was. Het was ook een manier voor mij om uit mijn comfortzone te stappen. Het schrijven van stukken ging me allemaal wel makkelijk af, maar al die dikke dossiers lezen en er het woord over voeren in zo’n ambtelijke setting leek me wel een uitdaging. Daar heb ik veel van geleerd. Je leert dan ook hoe traag sommige dingen gaan en hoe lastig het is om zo’n enorme organisatie bij te sturen. Je merkt aan de andere kant ook hoeveel goede wil je daar vindt, zolang je maar goed voorbereid het gesprek aangaat. Bij het universiteitsbestuur was vaak de wil aanwezig om goed naar onze inbreng maar ook naar die van andere studentenpartijen te kijken. Mooi om te zien. Soms ging het om hele kleine veranderingen.

 

Wat vond je het hoogtepunt van je GSb-periode?

Ik vond het hoofdredacteurschap van de Nait Soez’n het allerleukste! Daar kon ik met een hele gezellige en creatieve club mensen aan de slag. We hadden hele goede cartoonisten en mensen die echt zin hadden om er het beste van te maken, journalistiek gezien. Sommige van hen werken nu bij Elsevier, bij de Trouw of bij NRC. Het was een hele drukke periode met een bruisende groep en daarom was het zo leuk om daarvan aan het roer te staan en telkens een mooi blad af te leveren. Er kwamen altijd genoeg discussies van. Altijd was er wel iemand binnen of buiten de GSb die vond dat we ergens wel of niet over hadden moeten schrijven. Discussie is goed en noodzakelijk en daar was de Nait ook voor bedoeld. Het was fijn en het voelde goed om die discussies aan te mogen wakkeren.

 

Wat heb je opgestoken van je tijd bij de bond?

Ik heb er meer geleerd dan ik me ervan bewust ben. Door alle dingetjes die ik voor de bond deed, die dan toch goed uitpakten, heb ik veel zelfvertrouwen gekregen. Je leert ook dingen als projectmatig werken. Als je ‘echt’ gaat werken, dan bemerk je dat veel mensen nog niet zo ver zijn omdat niet iedereen in zijn studententijd dezelfde leerschool heeft gehad. De GSb is die leerschool voor mij geweest. Toen ik begon bij de GSb, bij het SMOG dus, hadden we een actie voor het plein van de Hanzehogeschool. We hadden daarvoor ook een persbericht verstuurd. Op een goed moment die dag werden wij gebeld door mensen van OOGTV die ons vertelden dat ze op het Hanzeplein stonden. Zij stonden op het plein voor het UMCG en wij op een plein op Zernike… Dat was een beetje jammer, want zo kregen wij niet de gehoopte media-aandacht voor de actie. Ik dacht: dat gaat ons niet nog een keer gebeuren. Ik schrijf voortaan die persberichten wel, zodat er één persoon helemaal verantwoordelijk voor is en we dit soort foutjes niet weer maken. Ik heb filosofie gestudeerd maar ik ben nu alweer een aantal jaren werkzaam als woordvoerder bij de Woonbond. Ik durf te zeggen dat ik daarvoor meer bij de GSb heb geleerd dan bij mijn studie.

 

Wat is de rode draad geweest in je carrière toen je van de universiteit ging?

Na de uni kwam ik als voorlichter te werken bij Milieudefensie. Daar heb ik een jaar of vier gezeten, onder andere voor de Shell-campagne. Bijna zes jaar geleden heb ik de overstap gemaakt naar de Woonbond, oftewel de landelijke huurdersvereniging. De groene zaken en huisvesting, waartegen ik me vanuit de GSb heb mogen aan bemoeien, zijn nog steeds aanwezig in mijn werk. De rode draad is dan eigenlijk dat ik nog steeds bezig ben met maatschappelijke organisaties. Je probeert de politiek te beïnvloeden om iets voor elkaar te krijgen, zoals betaalbare huurwoningen. Dat is hetzelfde als de GSb, maar dan op veel grotere schaal.

 

Tegenwoordig ben je senior communicatieadviseur en woordvoerder bij de Woonbond. Wat maakt de Woonbond tot jouw organisatie?

De Woonbond is een club die zich, net als de GSb, neerzet als een organisatie voor en door de achterban. We komen samen met huurders op voor hun huurrechten. De Woonbond houdt zich bezig met een heel essentieel recht, namelijk het recht op een betaalbaar dak boven je hoofd. Dat is toch iets waarvoor ik makkelijker mijn bed uitkom ’s ochtends dan als ik zou denken dat het niet zo’n maatschappelijk belang vormt. Ik vind het heel mooi om daar vanuit mijn rol iets aan bij te kunnen dragen.

 

Wat zou je de GSb van vandaag de dag willen meegeven?

Ik zou vooral willen meegeven om heel veel plezier te hebben van deze tijd. Schat je jezelf op waarde door heel veel dingen te doen. Als je een groep studenten bij elkaar zet en je denkt met elkaar hard over iets na, dan kom je vaak genoeg op hele mooie dingen om iets neer te zetten. Ga er dan ook voor! Je leert zo niet alleen zelf het meest, maar je zorgt er ook voor dat je iets voor elkaar krijgt voor de studenten van Groningen. Dat zorgt er uiteindelijk ook voor dat je terugkijkt op een tijd waarop je trots bent.

Andere interviews