Het mag wel weer wat dynamischer en pittiger

Christiaan Brinkhuis 9 min 11/03/2021
Meng activisme met ondernemerschap en je krijgt Hans Moerkerk (1967). Tijdens zijn studietijd loodste hij de GSb door een roerige periode, die culmineerde in de bezetting van het voormalige DUO-gebouw. Terwijl hij nog studeerde, plantte hij de zaadjes van meerdere bedrijven in onder meer wijnbouw, reclame en horeca. De bevlogen ondernemer is ook nog eens eigenaar van Zondag, gelegen in het Noorderplantsoen, waar Christiaan hem sprak voor een interview.

Hoe ben je bij de GSb terechtgekomen? En waarom?

Ik ging in 1987 economie studeren aangezien ik was uitgeloot voor geneeskunde. De keuze viel op Groningen omdat hier veel familie woonde. Het eerste jaar heb ik fanatiek gestudeerd, m’n propedeuse gehaald, maar in mijn tweede jaar voelde ik aan dat ik wat meer wilde doen. Tijdens de introductieperiode kwam ik terecht in een standje van de GSb. Ze boden me daar aan om nog eens langs te komen en dat heb ik ook gedaan. Het kantoor zat toen nog aan de Visserstraat, dat herinner ik me als een vergaderhol dat helemaal blauw stond. Het klikte tussen mij en de GSb. Er was tijd voor gezelligheid en er stond altijd een krat bier in de buurt. Aan de andere kant was het een periode dat er steeds meer kwesties begonnen te spelen. Ik was altijd al politiek geëngageerd geweest dus dat viel wel goed bij mij. Het was destijds onrustig in onderwijsland. Er hingen veel bezuinigingen boven ons hoofd: de Harmonisatiewet, die bepaalde dat je binnen 6 jaar moest afstuderen, het bedrag van je studiefinanciering dat uit een lening bestond werd groter en de OV-studentenkaart werd ingevoerd. De studentenbeweging was massaal tegen dat laatste punt omdat elke student 100 gulden moest inleveren. Tegenwoordig zouden studenten er juist alles aan doen om hem te behouden! De GSb wist een snaar te raken om weer actief te worden zoals ik als scholier al betrokken was bij protesten tegen kernwapens.

 

Wat onderscheidde de GSb van andere studentenorganisaties?

De GSb was links en radicaal met als tegenhanger de SORUG die rechts en corporaal was. Het was heel zwart-wit. Op onze ledenvergaderingen kwamen de communisten langs om zieltjes te winnen, tot aan het gemeenteraadslid namens de CPN toe. Niettemin waren we in onze jaren geen ideologische vakbond: we waren niet socialistisch, communistisch of pacifistisch. De bond was pragmatisch maar ook rebels ingesteld. We zaten op het spoor dat we niet wilden dat het onderwijs verschraalde, dat er geen studieduurverkorting kwam, dat je als student een normaal inkomen hebt… We vonden het niet nodig dat je daarvoor communistisch moet zijn of iets dergelijks. We waren niet gelieerd aan een politieke partij en de lijntjes met de politiek liepen via de LSVb. Lokaal waren dergelijke contacten er nauwelijks. De CPN wilde liever bij ons horen dan wij bij hen.

 

Wat kenmerkte het studentenleven in die jaren?

Ik was een vreemde eend in de bijt, met mijn economiestudie. Die studie was erg corporaal, veel studenten waren lid van verenigingen. Mijn studententijd speelde zich vooral af bij de GSb en de activiteiten die daarmee gepaard gingen. Op dagelijkse basis was ik vooral bezig met bestuurswerk: vergaderen, lobbyen, voorvergaderen, wonden likken, opnieuw lobbyen… Het was allemaal zó serieus dat ik mijn studie uiteindelijk ook niet heb afgerond. De laatste jaren deed ik eigenlijk helemaal niets meer aan mijn studie. Een studentenleven zoals je dat misschien had verwacht, zoals het normaal is in deze tijd, had ik dus niet. Ik woonde bijvoorbeeld ook een tijd met wat vrienden op een boerderij buiten de stad. Pas toen ik het te ver fietsen vond, ben ik in een sociale huurwoning in de Korrewegwijk terecht gekomen. Het was al met al een heel onbezorgde tijd. Ik werkte veel naast mijn studie, de beurs was nog vrij royaal.

 

Wat is je het meest bijgebleven van je bestuursjaar?

In de bestuursperiode 1990-1991 was het de ene na de andere bezetting, de ene na de andere nachtelijke tocht naar een gebouw. Het ging er ook vaak ruw aan toe, materieel gezien dan. Ik kan me nog een landelijke demonstratie in Den Haag herinneren waarvoor ik een deal kon maken met de NS: als wij minimaal 1000 treinkaartjes konden verkopen aan studenten, zou elk kaartje maar 10 gulden kosten. Op een paar standjes in de gebouwen van de universiteit konden studenten 10 gulden betalen en dan kregen ze een voucher. We kregen het voor elkaar om meer dan 2000 kaartjes te verkopen! Kort daarop ging ik met een paar jongens op de fiets – mét 20.000 gulden op zak – heel vroeg naar de NS om de vouchers in te wisselen voor de kaartjes. Op het station zetten we een punt op waar die 2000 studenten hun kaartje konden ophalen, wat natuurlijk voor heel lange rijen zorgde. Zoveel aanloop had de NS niet verwacht, dus ze moesten een extra trein laten rijden! 

 

Dat was een mooi verhaal. Daarnaast natuurlijk de beruchte bezetting van de Informatiseringsbank [voorloper van DUO, red.]. We hebben hem in totaal 3 keer bezet. De eerste keer waren we met 300 man naar binnen gelopen en de hal bezet. Spandoekje ophangen, fotootje maken en klaar. De tweede keer waren we met de schoonmakers mee naar binnen gelopen en hebben de hele dag de boel bezet met 300 man. Aan het einde van de dag werden we er een beetje uitgeveegd door de politie. De derde keer is het uit de hand gelopen. Je werd steeds radicaler, het werd alsmaar makkelijker om zo te denken. Toen hebben we ons vóór openingstijd met breekijzers naar binnen gewerkt. Het was ons doel om ons zo lang mogelijk te verschansen in die toren. Het ging niet meer om de publiciteit maar om het verstoren van het proces. Dat ging zelfs zover dat er een paar jongens meegingen die heel gericht zochten naar belangrijke documenten, zoals plannen voor bezuinigingen. Met 33 mensen gingen we aldus naar binnen. Opvallend was ook dat het de hardste vakbondsmensen waren, die niet alleen uit Groningen kwamen. We hebben het volgehouden tot het einde van de dag, toen de politie en de brandweer ons eruit kwamen halen. De ME moest via het trappenhuis omhoog – de liften hadden we onklaar gemaakt – en ze moest zich een weg banen door allerlei meubilair dat we hadden geplaatst om ze zoveel mogelijk te vertragen. Echt compleet uit de hand gelopen. Naderhand zijn we dan ook vervolgd wegens lokaalvredebreuk: civielrechtelijk aansprakelijk gesteld en een boete van 4 ton. Anderhalf jaar lang hangt er een rechtszaak boven je hoofd waarin je met 32 anderen 400.000 gulden boete moet betalen. Uiteindelijk is het verlaagd naar 1 ton, 3.500 gulden per persoon. Die hele ervaring heeft zó negatief uitgepakt voor de betrokkenen dat de hele studentenvakbond in Nederland een paar jaar in een dal terechtkwam. Allemaal onze eigen schuld. We werden te radicaal en daarvoor zijn we gepakt.

 

Dat was je eerste bestuursjaar, maar een paar jaar later maakte je een comeback.

In een erg rommelige periode bovendien. Ik was voorzitter van de Usva, mijn hart lag nog steeds bij de GSb – er speelde van alles in onderwijsland – maar bij die club was er allerlei gedoe. Er waren veel interne ruzies, bestuursleden vertrokken en op een goed moment zaten ze zonder bestuur. Op een ledenvergadering droeg ik mezelf dan maar voor als interim-bestuur. De bond zat toen een beetje in een impasse, we hadden nog steeds last van die bezettingen uit mijn eerste bestuursjaar. Toen er weer een beetje vaart in begon te komen, kwam ik terug als interim- en kort daarop als gewoon bestuur. Laten we maar wel zeggen: bij gebrek aan beter… We kregen te maken met een rel rond de Nait Soez’n. De Nait was een flink onderdeel binnen de GSb waar altijd genoeg mensen bij betrokken waren. Meer dan de helft van het hele budget ging op aan de Nait en het was ook een flinke klus om daarop te bezuinigen, want de redactie zorgde er bij ledenvergaderingen wel voor dat dat niet ging gebeuren. Daarnaast opereerde dat blad heel erg zelfstandig. Wij hadden als bestuur geen enkele invloed op de inhoud. Dat kon ertoe leiden dat we begin 1993 allerlei media over ons heen kregen en we bij het College van Bestuur moesten verschijnen omdat de Nait een artikel had geschreven over Anne Frank. Mijn bestuursgenoot Karel Beke en ik gingen naar de ledenvergadering om een motie van wantrouwen in te dienen tegen de redactie, want wij vonden dat zij moesten opstappen. Die motie werd afgewezen. Karel en ik zeiden dat wij dan maar opstapten en dat hebben we ter plekke gedaan. We deden de deur open van het pand van de Pelsterstraat en er stonden 4 à 5 man van de pers voor onze neus om verhaal te halen! Dat was voor mij het sluitstuk van mijn tijd bij de GSb.

 

De Anne Frank-affaire

In januari 1993 schreef de redactie van de Nait Soez’n, onder de naam van een verzonnen hoogleraar, dat Anne Frank niet dood zou zijn, maar als Frank van Annen in een villa in Buenos Aires woonde. Hoewel het om een satirisch bedoeld artikel ging, haalde het artikel diverse landelijke media. Het Openbaar Ministerie overwoog zelfs vervolging. De media-aandacht zorgde voor veel rumoer, zowel binnen als buiten de GSb. Uit onvrede met de gang van zaken stapte bijna het hele bestuur op – onder wie penningmeester Hans Moerkerk – en zegden voorts tientallen leden hun lidmaatschap op.

 

Spraakmakende gebeurtenissen allemaal natuurlijk, maar ook wel negatief. Wat was een uitgesproken leuk aspect van die periode?

Het plakken van posters vond ik heel leuk! Op een goede avond was ik aan het plakken en de baas van de discotheek waar ik werkte passeerde mij. Hij vroeg me of ik voor hem ook posters kon gaan plakken, dat wilde ik wel doen. Dat is al met al uitgegroeid tot een van de bedrijven die ik nu nog steeds heb.

 

Wat heb je opgestoken van je tijd bij de bond?

Kort gezegd: veel bestuurservaring. Begrijpen hoe je een vereniging moet besturen, budgetteren, afwikkelen, voorbereiden, zoeken naar consensus, zoeken naar oplossingen als mensen echt niet met elkaar door één deur kunnen. Het was een hele kunst om de vereniging te runnen die 1000 mensen telde. Ik had een dagtaak aan overleggen, vooroverleggen… Ik heb ook geleerd hoe een instituut als de universiteit werkt, hoe je moet omgaan met ambtenaren, hoe justitie in elkaar steekt… Veel geleerd. De kern was in één woord: acties. Wat willen we en hoe pakken we dat aan? Financiën en acties, daar had ik mijn handen echt vol aan. Ledenwerving trouwens ook, daaraan moest iedereen meehelpen. We gingen 2 keer per jaar op beleidsweekend, lekker naar Schiermonnikoog.

 

Wat is de rode draad geweest in je carrière toen je van de universiteit ging?

Ik ben ondernemer geworden, maar dat begon al in mijn studententijd. Al liftend wilde ik Groningen even ontvluchten vanwege liefdesverdriet en was van plan om naar Marseille te gaan. In Parijs werd ik opgepikt door een vent die iets veel beters voor mij wist. Hij reed de Beaujolais in [beroemde wijnstreek in Oost-Frankrijk, red.] en bracht me naar een boerderij in the middle of nowhere. “Hier kun je de komende 2 weken gaan werken,” vertelde hij me. Eerst 2 dagen voorbereiden door de stallen te vegen en voor 50 man bedden klaar te zetten, daarna 2 weken meehelpen bij de druivenoogst. Hard werken, veel zon, zuipen, een en al feest. Oude liefde weg, nieuwe liefde gekregen… Jarenlang bleef ik terugkomen, ik nam steeds meer vrienden mee, en na verloop van tijd is dat uitgegroeid tot een eigen bedrijf. 

 

Mijn eerste bedrijf had ik dus al toen ik student was, hoewel ik het werk daarvoor in de zomermaanden deed. Wat in Groningen begon als affiches plakken voor die ene discotheek, wist ik tegen mijn achtste studiejaar uit te breiden tot een bedrijf dat in heel Nederland actief was. M’n studie had daar natuurlijk onder te lijden. Maar goed, zo ben ik het ondernemerschap ingerold. Verschillende kanten, zoals reclame, werkbemiddeling, later horeca bijgekomen. Rond 2000 was mijn reclamebedrijf ‘monopolist’ in Nederland wat betreft wildplakken. Vrachtwagenladingen aan papier gingen erdoorheen voor radiostations, houseparty’s, nieuwe cd’s, films… Ik had 25 jongens in dienst die alleen maar bezig waren met wildplakken in heel Nederland. Het was een aaneenschakeling van in beslag genomen affiches, auto’s, fietsen, noem maar op. Het klinkt allemaal heel ernstig, maar de kosten die ik daaraan had waren veel lager dan de omzet die ik kon draaien. Aan de andere kant kon ons business-model dit gewoon niet lang meer volhouden. Die opzet is tegenwoordig helemaal omgebouwd naar de legale wereld. We hebben contracten met gemeenten en energiebedrijven. Op dat punt heb ik veel profijt gehad van mijn GSb-tijd, want hier kwam het goed van pas dat ik wist hoe ik met ambtenaren moest omgaan en hoe ik samenwerkingen tot stand moest brengen. Elk affiche hangt er gewoon netjes mét vergunning.

 

Tegenwoordig ben je werkzaam bij een keur aan reclamebedrijven, je bent eigenaar van Zondag, partner bij Dagpas… Wat trekt je zo in al deze verschillende bedrijven?

Als ik de huidige situatie als uitgangspunt neem, dan is het erg hinderlijk dat ik te maken heb met ‘achterwaarts ondernemen’: ik zie m’n omzetten wegvallen, horeca moet sluiten, dus ik ben alleen maar bezig met damage control. Mijn kick krijg ik van iets bedenken, daarmee bezig gaan, er creativiteit en energie in stoppen. Wanneer iets pruttelt, wanneer het niet bloeit, dan verliest het mijn belangstelling. De rode draad in mijn leven is bouwen. Noem het rusteloosheid, zo je wil.

 

Je hebt je een paar jaar geleden op de politiek gestort in de vorm van 100% Groningen. Wat maakt 100% Groningen tot jouw partij?

Eenmaal klaar met studeren werd ik aldus ondernemer. Je gaat gewoon van de ene naar de andere fase in je leven. Desondanks bleef het kriebelen om iets te doen, om actief te zijn. Ik had een klant die actief lid was van de Stadspartij en hij vroeg me een keer om eens langs te komen. Zo werd ik actief bij de Stadspartij. Twee keer campagnes voor gedaan, met zaken als het drukwerk regelen kon ik mijn vak ook mooi uitoefenen. Toch ben ik geswitcht naar 100% Groningen omdat het een club is met meer jonge mensen, modernere aanpak, pragmatischer ingesteld, minder conservatief dan de Stadspartij. Op het moment ben ik woordvoerder op dossiers in de gemeenteraad, wat inhoudt dat ik in raadscommissies het woord voer namens de partij. Mocht een raadslid uitvallen om wat voor reden dan ook, dan schuif ik door naar die positie. Inhoudelijk stort ik me op onderwerpen als het nieuwe Cultuurpodium, dat de vervanger moet worden van de Oosterpoort. Ik heb nu wat meer tijd, dus ik word actiever. Een terugkeer in de politiek, want het bleef jeuken.

 

Wat zou je de GSb van vandaag de dag willen meegeven?

Ik hoop dat jullie weer een beetje, ja, radicaler worden. Het is moeilijk voor mij om in te schatten wat de kracht van de studentenbeweging nu is. Ik mis de radicalere signalen in de maatschappij. Het is erg braaf, makkelijk, gezapig. Waar is de vlammende, ideologisch gevoede strijd vanuit de studenten gebleven? De laatste paar jaar begint het op het vlak van klimaat er weer op te lijken, maar bij de studenten nou niet bepaald. Het mag allemaal wel weer wat dynamischer en pittiger. Volgens mij sluimert er heel veel onrust. Ik heb 4 kinderen van wie er 2 studeren en die zijn ongelukkig met hun vooruitzichten. Met een radicaler geluid kun je zulke mensen aan je binden. Zet in op guerrilla-acties: creatief iets opzetten om op te vallen zodat je makkelijk viral kunt gaan. Wees lekker rebels!

Andere interviews